Stadsdebat ‘Hoe calvinistisch is Dordrecht?’

Als préludium op de opening van de Calvijntentoonstelling en de Nationale Calvijnherdenking organiseerde de stichting Reformatie Instituut Dordrecht (RID) op woensdag 22 april 2009 een debat met het thema ‘hoe calvinistisch is Dordrecht?’ Zo’n 150 – 200 mensen waren naar de Augustijnenkerk gekomen. Ze kregen een gevarieerd programma voorgeschoteld.

De leerlingen van het Wartburg college, locatie Marnix beten het spits af met een heuse openingsact. Voor de preekstoel van de Augustijnenkerk leidde een stadsgids drie leergierige jongeren door Genève, de stad van Calvijn. Het publiek kwam hierdoor het nodige te weten over het leven en de betekenis van de grote reformator.

Na de opening door de 2e voorzitter van het RID, André Diepenbroek, was het de beurt aan twee vertegenwoordigers van staat en kerk om een inleiding te verzorgen.Als eerste kreeg wethouder A. T. Kamsteeg (CU/SGP) het woord. Hij was vervanger van burgemeester Bandell, die onverwachts in het buitenland een collega moest waarnemen. Kamsteeg betoogde dat Dordrecht in ieder geval altijd erg gastvrij geweest voor calvinisten. De wethouder memoreerde in dit verband de verschillende belangrijke nationale synodes die in Dordrecht zijn gehouden en de stad op de kaart hebben gezet: 1572, 1578 en die van 1618-1619, waarin de leer van Calvijn duidelijk is vastgelegd. Zeker de Dordtse Leerregels hebben internationale bekendheid en betekenis gekregen.

Echter, de vraag hoe calvinistisch Dordrecht is, is moeilijk te beantwoorden. Het aantal actieve calvinisten in Dordt vormt op dit moment een minderheid. Zeker is dat een aantal kenmerken van het calvinisme in Dordrecht eeuwenlang merkbaar en zichtbaar zijn geweest. Uiterlijke kenmerken van het calvinisme zijn ook in deze tijd nog in Dordrecht terug te vinden. Belangrijker dan de uiterlijke kenmerken vond Kamsteeg de innerlijke drijfveer van het calvinisme. ‘Calvijn heeft het volk weer bij de bron van het christelijk geloof gebracht, namelijk het Woord van God. Een calvinist is niet in de eerste plaats een volgeling van Calvijn en zijn leer, maar een navolger van Christus.’

Na de bijdrage van wethouder Kamsteeg en een kort muzikaal intermezzo door leerlingen van het Wartburg College, hield professor dr. F.A. van Lieburg zijn inleiding. De hoogleraar religiegeschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam stelde dat, ‘als Calvijn tijdens zijn leven Dordrecht zou hebben bezocht, hij onmiddelijk zou zijn gearresteerd en misschien wel als martelaar zijn gestorven.’ Dordrecht was in die tijd nog volop katholiek en voor de calvinistische leer en eredienst was ook in onze stad nog geen plaats. Vanaf 1572 kwam hierin verandering. Dordrecht was de stad, waar in dat jaar de eerste vrije Statenvergadering werd gehouden. Bij de Kloveniersdoelen aan het Stek werd de eerste protestantse eredienst gehouden. Hoogtepunten uit de geschiedenis van het calvinisme hebben in Dordrecht plaatsgevonden. In die zin is Dordrecht zeker een geschikte locatie voor de Calvijnherdenking in Nederland.

Van Lieburg trok de lijn door naar de actualiteit, namelijk de ontstane ophef over de plaatsing van een kunstwerk in de vorm van een schedel tegenover de reformatorische Bogermanschool. ‘Calvinisten maakten vroeger ook gebruik van de symboliek van schedels’, zo gaf Van Lieburg aan. Hij wees op de twee gelauwerde doodshoofden op een grafmonument in de Augustijnenkerk. In het midden van het monument staat de Bijbeltekst: ”De dood is verslonden in de overwinninghe”. ‘De boodschap is dat de dood midden in het leven staat.’ ‘Als dergelijke bushokjes in de stad de discussie over leven en dood uitlokken, waarom dan niet de Grote Kerk, die vanuit vliegtuig bekeken, als een immens kruis de dood van Christus predikt, zo vroeg Van Lieburg zich hardop af.

‘De tijd dat 80% van de inwoners bij een calvinistische kerk behoorden komt niet meer terug. Maar Dordrecht blijft een stad met vele calvinistische herinneringen en plaatsen van zingeving en evangelieverkondiging. Misschien wordt Dordrecht wel de stad van de protestantse toekomst.’ In dit verband verwees Van Lieburg naar initiatief om in 2010 een nationale synode te houden. Wat hem betreft wordt Dordrecht uitgekozen als de plaats waar deze bijeenkomst gehouden zal worden.

Na de pauze vond het debat plaats. André Diepenbroek en Pieter Verhoeve, advocaat en burgerraadslid voor de ChristenUnie-SGP-fractie leidden de discussie. Naast de twee inleiders van de avond, namen achter de discussietafels plaats: dominee P. Molenaar, predikant van wijkgemeente 7, de heer J. Verbueken, oudste en voorganger Volle Evangelie Gemeente Eljakim, Jan-Willem van Dongen, fractievoorzitter D’66 en Mary Ruisch, raadslid voor Groen Links.

Met behulp van prikkelende stellingen proberen André en Pieter de discussie tussen de forumleden op gang te brengen en het aanwezige publiek te laten reageren. O.a. de volgende uitspraken werden voor commentaar voorgelegd:

  • ‘Calvijn was een onverdraagzame zuurpruim’
  • ‘Calvijn zou lid geworden zijn van de Partij van de Arbeid’
  • ‘Calvijn zou van Dordrecht één groot klooster hebben gemaakt’
  • ‘De Dordtse eilandmentaliteit hebben we aan Calvijn te danken’

Met een paar uitspraken van de forumleden wordt de toon van de discussie goed weergegeven. Dominee Molenaar vergeleek Dordrecht met een schelp: ‘zoals je daarin de zee kunt horen ruisen, zo liggen er in Dordrecht lijnen naar de geschiedenis van het calvinisme.’ Volgens professor van Lieburg zou ‘voor Calvijn de huidige kerkelijke verdeeldheid tussen degenen die zich volgelingen van zijn leer weten ondenkbaar zijn geweest.’ Calvinistische trekjes zijn volgens Mary Ruisch onder de huidige Dordtenaren zeker waar te nemen. ‘Ze zijn niet trots op hun stad. Er heerst een mentaliteit van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’

Pieter Verhoeve sloot de avond toepasselijk af met het citeren van een kort gebed van Calvijn. Opvallend afwezig, zowel in de inleidingen als tijdens de discussie was de rol van de kerken in de Dordtse samenleving; toch zeker een belangrijk element voor het antwoord op de vraag ‘hoe calvinistisch is Dordrecht?’ Voor het RID ligt op dit punt nog een taak weggelegd. Maar niet minder ook voor de Dordtse kerken zelf.

Beste Erfgoedgemeente 2010

Beste Erfgoedgemeente 2010Dinsdag 23 februari is voor de eerste keer de prijs voor Beste Erfgoedgemeente van Nederland uitgereikt door Ad ’s Gravesande, voorzitter van Kunsten ‘92. De prijs is bedoeld voor gemeenten die hun cultureel erfgoed zorgvuldig beheren en daaruit een opvallend economisch en cultureel rendement weten te halen.

De jury, bestaande uit deskundigen en vertegenwoordigers van het platform van erfgoedinstellingen dat de prijs heeft ingesteld, heeft de stad Dordrecht uitgeroepen tot Beste Erfgoedgemeente van Nederland in 2010.

De Dordtse cultuurwethouder Jan Lagendijk vindt de prijs een waardering voor de hele stad: ‘Ik ben ontzettend trots dat Dordrecht zich als eerste Beste Erfgoedgemeente van het jaar mag noemen. En ik niet alleen, ik denk dat ik namens heel veel Dordtenaren mag spreken. Creatieve ondernemers, enthousiaste inwoners, bevlogen particulieren en een stadsbestuur dat zijn nek durft uit te steken, zorgen er samen voor dat ons erfgoed publiek toegankelijk blijft of juist weer wordt.’

“Dordrecht, een stad met historisch DNA, moet worden geprezen omdat de gemeente erfgoed steeds meer behandelt als een groeidiamant.

Deze combinatie van integraal en specifiek beleid vormt, samen met originele en spraakmakende cultuurhistorische evenementen, een inspirerende en krachtige erfgoedmix, die de historie van de stad een uitstekende toekomst geeft. Dordrecht heeft begrepen dat cultuurhistorisch erfgoed een wezenlijk en vitaal onderdeel is van het brede gemeentelijk beleid, dat nieuwe krachten aan de stad geeft en een sterker besef van de eigen identiteit. Dordrecht toont zijn historische karakter, iets om trots op te zijn!”

In het juryrapport worden diverse projecten naar voren gehaald, waaraan het RID een wezenlijke bijdrage heeft geleverd, zoals Dordtse Historische Kalender en de Calvijntentoonstelling: “DiEP richt zich op het verbreiden van het Verhaal van Dordrecht, maar ook op de aanvulling daarvan door de eigen inwoners. Het faciliteert met de Dordtse Historische kalender een uniek burgerinitiatief op internet. Hierbij worden ook nieuwe bevolkingsgroepen betrokken, bijvoorbeeld door de projecten Turkse Dordtenaren en Thuis in Dordrecht.

DiEP was ook, samen met andere Dordtse erfgoedinstellingen, de motor van de nationale tentoonstelling Calvijn en wij in 2009 in de Grote Kerk, die Nederland nog eens liet zien hoe wij aan sommige nationale trekken komen (meer dan honderduizend bezoekers in een halfjaar).”

In het juryrapport en op de web site van het Platform Erfgoedorganisaties is nadere informatie te vinden.

Ars Musica

Logo Ars Musica Stichting Ars Musica wil een centrum zijn voor goede muziek en de belangen behartigen van (amateur)musici. Deze doelen tracht men te bereiken door het brengen en bevorderen van kwalitatieve en verantwoorde klassieke en kerkmuziek.

Stichting Ars Musica is een overkoepelend orgaan, waaronder diverse projecten vallen, zoals een jeugdkoor (met interne scholing, zanglessen, theorie en auditieverplichting), een meisjeskoor, een professioneel kamerkoor, een (semi)professioneel begeleidingsorkest en een concertkoor (het voormalige projectkoor Sine Nomine).

Tegelijk wil Ars Musica meer zijn dan een ’muziekcentrum’. Het is de bedoeling dat de stichting ook een kenniscentrum wordt op het gebied van muziek, liturgie en repertoire-inhoud.

Kamerkoor Ars Musica