Berichten met een Label ‘RID’

logo nationale synode

Nationale Synode 2013

Opnieuw heeft het protestants forum ‘Nationale Synode’ het initiatief genomen om een Nationale Synode te organiseren. Evenals in 2010 zal deze plaatsvinden in Dordrecht van vrijdagmorgen 25 t/m zaterdagmiddag 26 oktober 2013. In Dordrecht zijn van oudsher meerdere keren synoden gehouden, waaronder verschillende keren een nationale synode zoals in 1578 en in 1618/19. Vandaar dat ook nu de stad Dordrecht weer als gastheer optreedt.

Trinitatiskapel

Interkerkelijke bezinning over Dordtse belijdenis

De Dordtse Synode is de meest belangrijke protestantse kerkvergadering ooit geweest, waarbij alle protestantse kerken uit Europa waren vertegenwoordigd. Voorgangers uit allerlei Dordtse kerken gaan in twee bijeenkomsten in gesprek over de actualiteit van deze oude belijdenis.

‘De Dordtse Leerregels zijn het resultaat van een jarenlange kerkelijke twist’ zegt André Diepenbroek, voorzitter van de stichting.

‘Velen kennen de inhoud slechts uit de geschiedenisboekjes. Toch hebben veel kerken en organisaties wereldwijd de Dordtse Leerregels uit 1619 in de grondslag staan. Een debat over de actualiteit ervan is op zijn plaats’ zegt Pieter Verhoeve, initiatiefnemer van deze bezinning.

Dagboekverhalen van een joodse onderduiker

Overhandiging lesproject 'Herinneringen aan Achter boven' aan Jules Benedictus Ruim twee jaar zat de joodse Dordtenaar Jules Benedictus (83) tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken op een zolder boven een smederij in Dordrecht. Als 14- jarige beschreef hij in zeven dagboeken zijn persoonlijke ervaringen als onderduiker en deed minutieus verslag van nieuwsfeiten. In 2009 schonk hij de dagboeken aan Erfgoedcentrum DiEP. Voor DiEP aanleiding de dagboekverhalen centraal te stellen in het lesproject Herinneringen aan Achter boven.

Op 5 april 2012 heeft Jules Benedictus het eerste exemplaar in ontvangst genomen uit handen van een leerling van school Muhring, bij het Joods Monument in het stadhuis van Dordrecht. “Herinneringen aan Achter boven” is bedoeld voor basisschoolleerlingen uit groep 7 & 8 en biedt een inkijkje in de onderduikgeschiedenis van Jules Benedictus tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met het lesproject maken scholieren van archiefstukken, foto’s en dagboekfragmenten een herinneringenboek dat doorgegeven kan worden aan de volgende generatie.

Ineke Middag, directeur van Erfgoedcentrum DiEP: ,,Jules Benedictus’ dagboek vertelt een uniek en onbekend verhaal van een joods gezin dat de onderduik overleefde. Het stemt boos en blij tegelijk om wat de ene groep Dordtenaren Dordtse joden aandeed en hoe andere Dordtenaren hen hielpen dat te overleven. Het is belangrijk dat scholieren leren dat wat toen gebeurde nu ook kan gebeuren, ook op de kleinere schaal van pesten uitlachen en sociaal isoleren. Vrijheid, respect en tolerantie zijn niet vanzelfsprekend, dat moet je blijvend oefenen en dit lesproject helpt daarbij’’.

Familie Benedictus

Het vierkoppige Joodse gezin Benedictus zat ondergedoken in het huis van de familie Burger aan de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug in Dordrecht. Ook twee andere joodse kennissen werden hier ondergebracht. De gezinsleden overleefden de oorlog redelijk veilig dankzij de goede verzorging door de familie Burger en hun contacten. Ze speelden ’s avonds bridge, luisterden naar de Engelse radio en sliepen ’s nachts op een eigen zolderverdieping. Er waren allerlei maatregelen genomen om verraad te voorkomen en ook was er voor noodgevallen een vluchtroute.

Jules Benedictus volgde het advies van minister-president Pieter Sjoerds Gerbrandy die via Radio Oranje Nederlanders opriep hun oorlogservaringen op te schrijven. Hij begon op 1 januari 1944 en hield het precies vol tot de bevrijding op 10 mei 1945. Iedere dag was er wel een vermeldenswaardige gebeurtenis. Hij schreef nauwkeurig over de oorlogssituatie en het verloop van de fronten, o.a. met behulp van uitgeknipte kaartjes en zelfgetekende overzichten.

De dagboeken zijn voor de geschiedschrijving uitstekende bronnen. Ze geven een helder beeld van het ‘gewone’ leven van de onderduikers, hoe goed hun nieuwsvoorziening was en wat de beperkingen van het ondergedoken zitten betekenden. Jules schreef in een zeer leesbaar handschrift en voorzag zijn teksten van kaartjes, tekeningen en krantenknipsels. Er zit zelfs nog een brandlucht aan, omdat ze later een keer gered zijn uit een brandend huis.